top of page

Stef Bos brengt troost en inspiratie in postcoronatijden

Stef Bos ontroert me al zo’n dertig jaar met zijn rake teksten en zijn stem. “Papa”, “Is dit nu later?”, etc,... Ik zag hem ooit één keer live, in de Vooruit te Gent, en die avond zal ik nooit vergeten. Daar zat een wijze mens op dat podium. Een zachte, lieve, grappige, wijze man.


Ik was blij verrast, maar ook weer niet zo verbaasd toen zijn lied “Iemand moet het doen” vorig jaar uitkwam. Een muzikaal hart onder de riem voor al wie zich maar niet kon vinden in de heersende coronaregels, die te vaak absurd, pesterig en ongefundeerd waren.

Stef Bos vervoegde zich daarmee, op zijn manier, eventjes publiekelijk met vele andere artiesten die het in de coronajaren aangedurfd hadden zich te ‘outen’ als geëngageerde en oprechte beleidscritici. Ik denk meteen aan acteurskoppel Tine Reymer en Peter Van Den Begin, comédians Veerle Malschaert, Karin Bloemen en Tisjeboy Jay, muzikanten als Stef Kamil Karlens, Josje Huisman en Liz Aku, naast zeer vele anderen in de Lage Landen, of internationale artiesten als Eric Clapton, M.I.A., Van Morrison, Russell Brand, en vele anderen. Ze waren en zijn voor mij een inspiratie in deze wrede, gekke, prachtige wereld.


Vanavond werd ik wederom diep ontroerd door Stef Bos, na het bekijken van het mooie interview dat Blackbox van hem afnam, enkele dagen geleden, op een bijeenkomst van Vrouwen Voor Vrijheid, naast verschillende andere artiesten. Ik heb het fragment met Stef Bos hieronder geupload, met alle credits voor het team van Blackbox en vooral verslaggever Erwin Taams.




De zanger, dichter, mens Stef Bos, verspreidt hiermee, opnieuw, een boodschap van liefde, een appèl tot overstijging van sommige oude wonden en meningsverschillen, door dialoog en door ons vrij en vrank te blijven uitspreken voor diepe menselijkheid en intellectuele bescheidenheid.


Dankjewel Stef, en al die andere dappere artiesten (met twee tot twee miljoen volgers) die hun kop durfden en durven uitsteken, en hun muzes laten spreken, voor een wereld vol Schoonheid, Waarheid, Vrijheid en Liefde.


Eén van de passages van Steppenwolf, van Herman Hesse, die me altijd is bijgebleven, is dat de bourgeoisie steeds opnieuw een heimelijke bewondering zullen hebben voor échte artiesten, hoe hard die artiesten hun eigen bourgeoisbestaan ook in vraag stellen. De bourgeoisie en een deel van de hunkerende middenklasse-intelligentsia, wil immers een bepaalde vorm van invloed verdedigen, gebaseerd op oude ideeën en gebetonneerde waarheden. Zij verdedigen op deze manier eigenlijk de Dood. Terwijl de échte artiest, nou, die avonturiert vanuit het niet-weten, maar verdedigt het Leven, telkens opnieuw. Simpelweg omdat hij niet anders kàn.





bottom of page